Impact van een directe borstreconstructie na mastectomie op de timing van adjuvante chemotherapie: een analyse van de Nederlandse borstkankerzorg.


E. Heeg, J.X. Harmeling, B.E. Becherer, P.J. Marang-van de Mheen, M.T.F.D. Vrancken Peeters, M.A.M. Mureau

Donderdag 16 mei 2019

18:01 - 18:09u in Zaal 80/81

Categorieën: Mammachirurgie, Vrije voordracht (V)

Parallel sessie: V06 Mamma


Introductie

In Nederland wordt een maximale tijd tussen operatie en adjuvante chemotherapie (TTC) van 6 weken geadviseerd. Er bestaan tegenstrijdige resultaten over complicaties na een mastectomie +/- directe borstreconstructie (DR) en de impact op TTC. Het doel van deze studie was het analyseren van de impact van een DR op TTC.

Methode

Alle borstkankerpatiënten behandeld in Nederland tussen 2012-2016 met een mastectomie en adjuvante chemotherapie werden geselecteerd uit de NABON Breast Cancer Audit. Van de 6.300 geïncludeerde patiënten onderging 73% een mastectomie zonder DR en 27% met DR. TTC werd separaat geanalyseerd en onderverdeeld in: ≤6 weken versus >6 weken, ≤9 weken versus >9 weken en ≤12 weken versus >12 weken. Middels een multivariabel model werd bepaald wat de impact was van DR op de TTC. Via propensity score matching (PSM) werd bepaald of een effect bleef bestaan als patiënten een gelijke kans op de behandeling hadden op basis van andere karakteristieken.

Resultaten

De mediane TTC was 34 dagen (interkwartielafstand 28-44) bij een mastectomie zonder DR en 36 dagen (interkwartielafstand 29-47) met DR. Van alle patiënten had 70,5% een TTC van ≤6 weken, 73,1% van ≤9 weken en 98,1% van ≤12 weken (figuur 1). Na correctie voor patiënt- en tumorkarakteristieken bleken patiënten die een DR ondergingen minder vaak een TTC van ≤6 weken (odds ratio 0,76; 95%-betrouwbaarheidsinterval 0,66-0,87) en ≤9 weken (odds ratio 0,69; 95%-betrouwbaarheidsinterval 0,54-0,87) te hebben gehad, maar niet van ≤12 weken. Na PSM bleef dit effect bestaan voor een TTC van ≤6 weken, maar niet voor ≤9 of ≤12 weken.

Conclusie

Een DR na mastectomie lijkt in Nederland geassocieerd met een latere start van adjuvante chemotherapie, maar niet tot een klinisch relevante vertraging. Adjuvante chemotherapie lijkt daarom geen contra-indicatie te zijn voor het uitvoeren van een DR binnen een oncologisch verantwoorde doorlooptijd.

Figuur 1. Percentage patiënten die in ≤6, ≤9 en ≤12 weken na operatie worden behandeld met adjuvante chemotherapie tussen 2012 en 2016.
Tabel 2. Multivariabele analyse van de impact van een directe reconstructie op de tijd van operatie tot adjuvante chemotherapie. Afkortingen: TTC, tijd van operatie tot adjuvante chemotherapie; DR, directe reconstructie. † 95%-betrouwbaarheidsinterval.